×
home architectenbureau woningcorporatie gemeente projectontwikkelaar actueel downloads award

Hoe ga je te werk bij een beschermd vogelnest?

image
Een rietkraag maaien, bomen snoeien of een klimop verwijderen voor werkzaamheden? Let op: er kunnen vogelnesten zitten die wettelijk beschermd zijn. Jurist Sjoerd van Muiswinkel van Vogelbescherming Nederland legt uit waar je als gemeente of woningcorporatie op moet letten om te voorkomen dat je vogels en hun nesten schade toebrengt.

“De nesten van alle inheemse vogelsoorten zijn gedurende het broedseizoen beschermd op grond van de Omgevingswet”, legt Van Muiswinkel uit. “Inheemse soorten zijn de soorten die van nature in Nederland voorkomen. Hun nesten mogen niet zonder toestemming worden verwijderd, beschadigd of verstoord, ook niet als dat nodig is om een struik te snoeien of een gebouw te renoveren. Niet rücksichtslos zonder vergunning werken in het broedseizoen dus; dat is vragen om problemen.”

Daarbij maakt het niet uit of een verstoring, beschadiging of vernieling onbedoeld is: “Als je vooraf wist of had moeten weten dat jouw handeling een negatief effect kon hebben, maar je hebt het toch gedaan waardoor een nest beschadigd raakte, dan geldt dat evengoed als overtreding.” Dus bedoeld of onbedoeld: het is een economisch delict dat bestraft kan worden met een hechtenis, taakstraf of geldboete.

Het hele jaar
Ook buiten het broedseizoen is opletten geboden, want voor sommige vogelsoorten geldt de nestbescherming het hele jaar door. Ook als het nest verlaten is. “Soorten als de huismus of steenuil gebruiken het nest namelijk ook buiten het broedseizoen en andere soorten keren ieder jaar weer terug naar hetzelfde nest.” Om na te gaan welke soorten het nest jaarrond gebruiken, heeft de RVO de Indicatieve lijst jaarrond beschermde vogelnesten opgesteld. Van Muiswinkel: “De soorten op de lijst zijn verdeeld in vijf categorieën. De nesten van de categorieën 1 tot en met 4 zijn in beginsel jaarrond beschermd. Die van categorie 5 zijn dat in eerste instantie niet maar vereisen wel altijd per geval nader ecologisch onderzoek waaruit jaarronde bescherming kan volgen. Overigens kunnen provincies ook zo’n lijst opstellen, die op details kan afwijken van de RVO-lijst. De provinciale lijst gaat dan voor.”

Vogelbescherming Vogelfotogalerij Scholekster jong Janet Bos Fotogalerij 1

Een dakbroedende scholekster keert met voedsel terug naar zijn jong. Scholeksters broeden elk jaar op dezelfde plek. Beeld: Janet Bos

Ook omgeving is beschermd
Ook de omgeving rondom het nest is beschermd, vertelt Van Muiswinkel: “Nestbescherming moet je ruim uitleggen, volgens de geest van de wet: de vogel moet in staat zijn om het broeden tot een succes te maken. Dat betekent ook dat er in de omgeving voldoende voedsel moet zijn voor de jongen, en dekking voor de nestvlieders. Die functionele leefomgeving valt onder de nestbescherming.”

Het is dus van belang om vóór de start van maaien, snoeien of andere activiteiten, een ecologisch onderzoek doen: zijn er nesten, en van welke soorten? Als bekend is welke soorten aanwezig kunnen zijn, kan een ter zake kundige ecoloog adviseren hoe negatieve effecten van de werkzaamheden kunnen worden voorkomen. Voor enkele veel voorkomende soorten zijn daarover ook kennisdocumenten van BIJ 12: “Er zijn kennisdocumenten voor vogels als de gierzwaluw en huismus, maar ook zoogdieren zoals de das of de bever. Per soort worden maatregelen gegeven om negatieve effecten van de activiteit te voorkomen, naast maatregelen die je altijd kunt treffen. Mogelijke maatregelen zijn bijvoorbeeld: werk buiten de periodes dat de soorten actief zijn, faseer activiteiten in ruimte en tijd, bied alternatieve nestruimte aan.”

Gedragscode
Wie ondanks de kans op verstoring of vernieling van nesten, toch aan de slag wil, heeft vaak omgevingsvergunningen nodig. “Als er beschermde soorten aanwezig zijn, moet in elk geval een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten worden aangevraagd bij de provincie. Maar een vrijstelling van die vergunningsplicht is mogelijk als de werkzaamheden nauwgezet volgens een erkende gedragscode worden uitgevoerd. Voor gemeenten en iedereen die in opdracht van gemeenten werkt, is dat de Gedragscode soortbescherming gemeenten 2023.”

Woningcorporaties
Voor ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud door woningcorporaties, geldt de Gedragscode soortenbescherming voor woningcorporaties. De code schrijft maatregelen voor om negatieve effecten voor gebouwbewonende soorten te voorkomen. “Bijvoorbeeld: hooguit 10% van de voor huismus en gierzwaluw geschikte woningen tegelijk aanpakken per woonwijk en dorp.” Maar, waarschuwt Van Muiswinkel, “werken volgens die gedragscode vrijwaart je niet voor het aanvragen van een omgevingsvergunning als er een huismussen- of gierzwaluwenkolonie door wordt geraakt. Dan is er wel een vergunning nodig.”

Naast de gedragscode is er ook de Landelijke leidraad natuurvrij maken bij na-isolatie en renovatie van woningen en gebouwen. “De leidraad geeft aan hoe je kunt voorkomen dat gebouwbewonende soorten worden verwond of gedood bij renovatie of na-isolatie. De leidraad ontheft niemand van de vergunningsplicht zoals het volgen van gedragscodes, maar is bedoeld als handreiking. Als je de maatregelen uit de leidraad opneemt in je vergunningaanvraag, is de kans groter dat je aan de vereisten voldoet.”

90135 IB GZ 03 Inbouwsteen Gierzwaluw bewerkt 2

Nieuwe regelgeving
Voor wie ook alvast wil voldoen aan de regelgeving van de toekomst, heeft Van Muiswinkel een laatste tip: een wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving zit in de pijplijn. “In 2025 zal daarin de verplichting worden opgenomen om bij nieuwbouwprojecten nestvoorzieningen aan te brengen voor huismussen en gierzwaluwen: per 110 vierkante meter aan gesloten gevel- en dakoppervlakte moet ten minste één voorziening voor de huismus en één voorziening voor de gierzwaluw worden gerealiseerd. Omdat dit beide koloniebroeders zijn, mogen nestvoorzieningen per bouwblok worden geclusterd. Het hoeven geen ingemetselde nestkasten te zijn; de wet laat ruimte om hier op passende wijze invulling aan te geven. Denk aan horizontale richels op buitenmuren, zwaluwvriendelijke dakoverstekken of toegankelijke ruimtes onder dakpannen. Wie duurzaam wil werken, kan daar alvast op vooruitlopen.”

Tekst: Mariël Verburg, Vogelbescherming Nederland, 7 juni 2024
Beeld: Shutterstock en Vivara Pro.

image

Expertmeeting: Vogelvriendelijk beheer van de openbare ruimte

Wat is vogelvriendelijke beplanting en hoe houden we daar rekening mee bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte? Samen met Stichting Steenbreek en Natuurpro organiseert Vogelbescherming op 2 juli een online expertmeeting over dit onderwerp.

image

‘Al tijdens de bouw broedden er vogels op het dak’

Het nieuwe Veldstation Groot Saeftinghe sluit met haar ontwerp naadloos aan bij het natuurgebied waar het in staat. Maar de natuurinclusieve maatregelen zijn ook prima toepasbaar in een stedelijke omgeving, vertelt architect Ad Kil van RO&AD Architecten.

image

Onderzoek pleit voor integrale norm stedelijk groen

De huidige normen voor stedelijk groen schieten tekort. Om steden leefbaar te houden, is één integrale norm nodig, die landelijk wordt ingevoerd. Dat blijkt uit onderzoek van adviesbureau Sweco.

image

Infographic: Scholeksters helpen in hun leefgebieden

De scholekster is kampioen buigzaamheid. Bij het minder geschikt raken van zijn originele leefgebied verhuisde hij tot twee maal toe naar een ander. Toch gaat het nog steeds niet goed met deze soort. Een infographic geeft inzicht in zijn problemen en wat eraan te doen.

Alle van nature in het wild levende vogels en vleermuizen zijn strikt beschermd. Voor aanvang van bouw- en renovatiewerkzaamheden is het van belang rekening te houden met de wettelijke vereisten die voortvloeien uit de Wet natuurbescherming.

Meld je aan voor de nieuwsbrief