De Natuurherstelverordening beoogt Europese ecosystemen te herstellen. Voor stedelijke ecosystemen (artikel 8) stelt de verordening bijvoorbeeld doelen voor de totale oppervlakte van stedelijke groene ruimte en boomkroonbedekking. Die moeten tot en met 2030 netto minimaal gelijk blijven, en daarna toenemen tot een ‘bevredigend niveau’ is bereikt. Ook andere doelen zijn relevant voor steden. Zo moeten leefgebieden van beschermde diersoorten (artikel 4.7) en bestuiverpopulaties (artikel 10) herstellen. Ook moeten 3 miljard extra bomen ecologisch verantwoord worden aangeplant (artikel 13).
Veel zaken worden nog landelijk ingevuld, bijvoorbeeld: Hoe worden ‘stedelijke ecosystemen’ begrensd? En wat zijn de ‘bevredigende niveaus’ voor de opgaven? Ook zijn er adviezen van expertgroepen van natuur- en milieuorganisaties aan de betrokken ministeries voor de aanpassing van het nationale Natuurherstelplan. Zo adviseert de expertgroep ‘stad’ (bestaande uit experts van Vogelbescherming Nederland en Natuur & Milieu) om ook kwalitatieve doelen op te nemen in de wet. Want voor herstel van ecosystemen zijn niet alleen aantallen vierkante meters van belang, maar ook de kwaliteit van het groen. Daarnaast adviseert de expertgroep om koppelkansen met leefbaarheid, gezondheid en klimaat te benutten.
Uiterlijk in september 2027 zal het nationale Natuurherstelplan definitief worden vastgesteld. Maar als gemeente kun je daar nú al op voorsorteren in je beleid, de inrichting en het beheer van de openbare ruimte.
Vierkante meters groen
Artikel 8 van de Natuurherstelverordening stelt doelen voor vierkante meters stedelijk groen en boomkroonbedekking. Deze moeten – voor heel Nederland – eind 2030 netto minimaal gelijk zijn aan die van augustus 2024. De stedelijke groene ruimte betreft de oppervlakte van aanwezige bomen, heesters, struiken, vaste kruidachtige vegetatie, korstmossen, mossen en waterpartijen. Ook tuinen, groene daken en groene gevels tellen mee.
Vanaf 2031 moeten de oppervlakten stedelijke groene ruimte en de boomkroonbedekking toenemen. Voor de boomkroonbedekking wordt dit gemeten per stedelijk ecosysteem. Wat zo’n stedelijk ecosysteem is, wordt nog uitgewerkt. Dit kan bijvoorbeeld een gemeente zijn of enkele gemeenten samen. Voor de metingen zal gebruik worden gemaakt van satellietdata van Copernicus. De expertgroep ‘stad’ adviseert om deze aan te vullen met meer fijnmazige metingen.
Hoe er ook gemeten zal worden, het is verstandig om nu al in te zetten op een toename van de oppervlakte stedelijk groen. Vergeet daarbij niet de kansen voor groene daken, tuinen, geveltuintjes en groene gevels; hier vallen ook in de compacte stad vaak hectares stadsgroen te winnen.
Inheemse plantensoorten
Let naast de kwantiteit ook op de kwaliteit van het groen. Want naast vierkante meters (artikel 8) zijn ook gezonde ecosystemen nodig om te kunnen voldoen aan de opgaven van artikel 4.7 (herstel van leefgebieden van beschermde diersoorten), artikel 10 (herstel van bestuiverpopulaties) en artikel 13 (ecologisch verantwoorde boomaanplant). Kies daarom voor plantensoorten die maximaal bijdragen aan het plaatselijke ecosysteem.
Inheemse planten – die van nature in ons land voorkomen – hebben doorgaans de grootste waarde voor de aanwezige vogels en insecten. Ze zijn van oudsher op elkaar ingespeeld: veel insecten zijn afhankelijk van die specifieke planten, en vogels zijn weer afhankelijk van de insecten. Door vooral inheemse soorten in je beplantingsplan op te nemen, behoud je dat natuurlijke evenwicht. Op vogelrijkestad.nl selecteer je in een paar muisklikken plantensoorten die goed zijn voor vogels en insecten. Met filters kun je de lijst verfijnen om de soorten te vinden die passen bij jouw situatie, zoals grondsoort, bodemvochtigheid, groeivorm, hittebestendigheid en winterhardheid.
Variatie
Hoe meer variatie je aanbrengt in het groen in de openbare ruimte, hoe meer biodiversiteit je krijgt. Varieer niet alleen in plantensoorten maar ook in hoogte: met een overgang van kruidenrijk grasland naar struiken, bomen en eventueel gevelbeklimmers bedien je vele soorten insecten, vlinders, vogels, egels en vleermuizen. Ook waterpartijen met een schuin aflopende, natuurvriendelijke oever geven een rijkdom aan leven; goed voor de doelen van artikel 4.7 (herstel van leefgebieden van beschermde diersoorten) en artikel 10 (herstel van bestuiverpopulaties) van de Natuurherstelverordening.
Gifvrije planten
Wie ecosystemen wil herstellen, kiest ook voor gifvrije planten. Pesticiden doden bijen, vlinders en andere insecten, en nemen zo een voedselbron weg voor veel vogels en andere dieren die insecten eten. Het gif hoopt zich ook op in deze dieren, die daardoor dood kunnen gaan. Wanneer je als gemeente overstapt op gifvrije planten (zoals de gemeente Amsterdam), draagt dat bij aan de doelen van artikel 4.7 (herstel van leefgebieden van beschermde diersoorten) en artikel 10 (herstel van bestuiverpopulaties).
Natuurinclusief bouwen
Veel vogel- en vleermuissoorten zijn voor hun nest- of verblijfplaats afhankelijk van onze gebouwen: ze nestelen bijvoorbeeld in holtes in muren of onder dakpannen. Door verbeterde isolatie en moderne bouwtechnieken worden deze verblijfplaatsen steeds schaarser. Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen is daarvoor een oplossing: gebouwen, wijken, bedrijventerreinen en infrastructuur worden zo ingericht dat ze plaats bieden aan dieren, planten en water. Neststenen spelen daarbij een belangrijke rol om de habitat voor gebouwgebonden vogelsoorten te herstellen.
Met natuurinclusief bouwen draag je bij aan de doelen van artikel 4.7 (herstel van leefgebieden van beschermde diersoorten), artikel 8 (oppervlakte stedelijk groen) en artikel 10 (herstel van bestuiverpopulaties). De gids Natuurinclusief Ontwikkelen is een handige leidraad voor een natuurinclusieve aanpak. Meer praktische informatie en best practice voorbeelden vind je bij de factsheets en onder Actueel op deze site – bijvoorbeeld de artikelen over natuurinclusieve bruggen, kades en oevers.
Basiskwaliteit Natuur
Wanneer is het stedelijke ecosysteem gezond? Het begrip Basiskwaliteit Natuur biedt daarvoor een goed aanknopingspunt. Het staat voor de minimale kwaliteit van de natuur die nodig is om onze leefomgeving leefbaar te houden voor algemene plant- en diersoorten. Basiskwaliteit Natuur omschrijft wat er nodig is om de algemene soorten in stand te houden of om ze weer op niveau te krijgen.
Steeds meer mensen en organisaties werken met het begrip Basiskwaliteit Natuur, zoals wetenschappers, overheden, natuurbeschermingsorganisaties en vrijwilligersorganisaties. Er zijn indicatoren ontwikkeld om Basiskwaliteit Natuur te meten, en stappen die je kunt doorlopen om deze te verbeteren. Het rapport Basiskwaliteit Natuur in de bebouwde omgeving geeft bijvoorbeeld advieswaarden voor de percentages lage, middelhoge en hoge vegetatie en boomkroonbedekking voor verschillende soorten stedelijke gebieden. Meer informatie en praktisch tools vind je op basiskwalilteitnatuur.nl, groenebondgenoten.nl en samenvoordebiodiversiteit.nl.
Koppelkansen
Een gezonde en veerkrachtige natuur in de stad draagt bij aan verschillende maatschappelijke opgaven. Zo helpt een groene omgeving om hittestress te verminderen, energieverbruik te verlagen, waterbergingscapaciteit te vergroten, gezondheid te verbeteren en arbeidsproductiviteit te vergroten. Door een koppeling te maken tussen deze domeinen, kun je ook de daarmee verbonden instrumenten, geldstromen, dienstverlening en draagvlak met elkaar verbinden. Zo ben je niet alleen optimaal voorbereid op de stedelijke doelen van de Natuurherstelverordening, maar creëer je ook een gezonde, toekomstbestendige leefomgeving voor de menselijke bewoners.
Tekst: Mariël Verburg, Marianne Platel, Vogelbescherming Nederland, 27 augustus 2026
Beeld: Merel Roks (banner, groene stadswijk), Fred van Diem (woning in het groen)
Zijn uitheemse planten beter bestand tegen de toenemende hittegolven, droogtes en piekbuien? Misschien. Maar inheemse planten zijn nog altijd beter voor vogels en andere dieren. Met deze 5 tips blijf je maximaal profiteren van de kracht van inheemse planten – ook in tijden van klimaatverandering.
Elk voorjaar trekken gierzwaluwen van hun overwinterplek in Afrika naar hun broedplaats in Europa. Liefst kiezen ze precies hetzelfde nest als het vorige jaar, in gaten en spleten van gebouwen. Maar in onze moderne bouw worden die steeds schaarser.
De gemeente Amsterdam wil alleen nog planten zonder pesticiden in de openbare ruimte. “Er wordt steeds meer bekend over de schadelijke effecten van pesticiden. Het kan gifvrij, dus gaan we dat ook doen.”
Met verschillende maatregelen wordt het Rotterdammers zo makkelijk mogelijk gemaakt om tegels te lichten en geveltuinen aan te planten, vertelt adviseur Marianne van Wijngaarden van de gemeente Rotterdam. Want zo klein als ze zijn, geveltuintjes hebben veel voordelen voor de stad.